De verkeerde kant op

Toen ik donderdagmorgen op de weegschaal stond, gaf deze 82,3 kg aan, schoon aan de haak, zogezegd. Een afgetraind lichaam zag ik voor me, prima. Echter, zaterdag was dit al gestegen tot 84 kg en vanmorgen zag ik tot mijn schrik 85 kg.

Ik wil te graag in een snellere loopgroep volgende week. Ik wordt er nerveus om, ga meer eten, heb even geen zin in hardlopen, kortom, ik ga de verkeerde kant op. Ambitie kan blijkbaar tegen je werken, precies het tegenovergestelde bereiken van wat je wilt bereiken.

Mijn oplossing is om het proberen te verwijderen. Gewoon het plan uitvoeren en er niet veel over nadenken. Je kunt anders in vicieuze cirkels gaan denken, wat niet leidt tot enig resultaat. Denk even niet aan hardlopen als je niet hardloopt.

Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan als je zowat dagelijks schrijft voor je hardloopblog. En toch, compartimentaliseren (het opdelen van een taak in afzonderlijke stappen, die ieder met volle aandacht worden uitgevoerd, zodat een proces ontstaat waarop men kan vertrouwen), kan hierbij behulpzaam zijn. Kleine taken die je kunt overzien en deel uitmaken van een groter geheel maken dat je niet te veel overvallen wordt door de omvang van het geheel. Het geheel is te veel, maar deze kleine stap, die kan ik wel doen. Dàt is de insteek die praktisch is en tot resultaten leidt.

Zo hoe nu verder? Wel, gewoon aan het plan houden. Vanmiddag starten op de 10 km van de Bergse Monumentenloop. De Virtual Partner heb ik al klaar staan, zodat ik alleen me hoef te houden aan het net voorblijven op het mannetje. Pas in de laatste kilometer hoef ik te denken aan iets anders, zoals een sneller tempo.

De rest komt later wel. Nu eerst die wedstrijd lopen in minder dan 48 minuten.

Bedankt voor het lezen en loop ze!

Rondje door het bos

Op het programma stond een vrij zware baantraining, maar door de geringe belangstelling en de harde wind (34 km/u) besloot de trainer om minutenloopjes te doen in het bos, waar het beter beschut was dan op de baan.

Daarvoor had ik al ruim een half uur ingelopen in datzelfde bos en kon beamen dat het aangenaam vertoeven was aldaar. De afwezigheid van de wind maakte dat het warmer aanvoelde en jackjes konden om de middel geknoopt worden.

We deden vier series met twee minuten rust en verzamelen tussendoor. Serie 1 was tweemaal 4 minuten, serie 2 driemaal 3 minuten, serie 3 viermaal 2 minuten en de laatste serie vijfmaal een minuut. De herstel pauze was telkens een minuut.

De eerste 4 minuten ging ik er als een speer vandoor, maar moest na 2 minuten gas terugnemen. Helaas drukte ik het verkeerde knopje in op mijn Garmin, zodat de tweede 4 minuten niet werd opgenomen. Daarna ging alles goed met het opnemen.

Ik heb geprobeerd om de training zo zwaar mogelijk te maken, er vol in te gaan, zodat ik kon laten zien dat ik echt mijn best doe. Tijdens de 3-minuten serie voelde ik me tamelijk moe, maar ik kon me er doorheen worstelen. Op het eind van de training, na het uitlopen was ik te moe om wat te zeggen en dat gebeurt maar zelden.

Toen ik naar bed ging, een paar uur later, had ik geen problemen met inslapen, als een blok en praktisch aan een stuk, zonder wakker te liggen.

Ik liep ongeveer (bedieningsfout in de eerste serie) het volgende.

18 km in 1u:51m (6:10 min/km)

serie 1, 2x 4 min
820, ? m
serie 2, 3x 3 min
600, 610, 620 m
serie 3, 4x 2 min
370, 430, 410, 400 m
serie 4, 5x 1 min
180, 230, 190, 220, 250 m

De meeste minutenloopjes lag het tempo tussen de 4:30 en 5:00 min/km, vanwege de bochten en de boomwortels in het bos. Op de laatste twee 1-minuut loopjes lag het tempo rond de 3:55 min/km volgens mijn Garmin. Dat is niet slecht als je al zo moe ben, al zeg ik het zelf.

Vandaag een welverdiende rustdag. Heerlijk!


Merk overigens op dat ik één van mijn doelen heb aangepast, plus de deadline verderop in het jaar heb geschoven (1 week). Het afvallen gaat zo makkelijk (nu reeds 82 kg, 2 kg boven het oorspronkelijke doel, dat ik het streefgewicht heb verlaagd naar 70 kg per 1 juli 2013. Het doel om 20 km in anderhalf uur te kunnen lopen blijft staan, al is het nu voor een week later.


Bedankt voor het lezen en loop ze!

Getraind met de Virtual Partner

Gisteren heb ik voor het eerst de Virtual Partner functie gebruikt van mijn Garmin Forerunner 310XT, om te kijken of het wat was voor testlopen en eventueel wedstrijden. Mijn eerste ervaring was positief, alhoewel er wat haken en ogen aan zitten, voor mij althans.

Gisteren was het weer tijd voor een testloop over 90 minuten. Ambitieus als ik was en ondanks de snelle stijgende temperatuur die verwacht werd op een zwaar laatste stuk van mijn parcours, ging ik uit van een tempo dat 10 % langzamer was dan het gemiddelde tempo in mijn meest recente beste 10 km wedstrijd. Ik had het tempo wel kunnen volhouden, mits ik me er ook aan gehouden had.

Want hoe gaat dat? Je wilt gemiddeld 5:20 minuten per kilometer lopen en dus ga je er als een speer vandoor om daaronder te blijven. Fout, fout, fout! Verder had ik vooraf niet genoeg gedronken, waardoor twee flesjes van 160 ml niet genoeg waren om anderhalf uur op te lopen in deze temperaturen boven de 15 graden Celsius.

De Virtual Partner functie is een extra gegevensveld dat je kunt aanzetten. Je stelt vooraf een tempo in dat je wilt lopen. Als je achterligt, worden de verschillen als witte tekst op zwart weergegeven. Als je gelijk loopt of voorligt, is het de normale zwarte tekst op wit. Wat je ziet is het verschil in tijd en afstand.

Op zich werkte het allemaal perfect. Waar het mis ging was in de gedachtegang van de loper (ik dus). Ik wilde zover mogelijk voor blijven. Dat is dus niet de bedoeling. Het tempo is een richttempo, niet een tempo om te verslaan, zeker niet in de eerste 10 km. Daarom ben ik er zo blij mee; het legde bloot waar de fout bij mij zit op dit moment: ik ga veel te snel van start. Dàt moet dus getraind worden, zelfbeheersing.

Een klein nadeel van de Virtual Partner is dat het tempo constant is. Het houdt geen rekening met de zwaarte van het parcours. Nieuwere Garmin horloges hebben een Virtual Racer functie, waarbij voor een reeds gelopen parcours rekening wordt gehouden met de tempovariaties tijdens het lopen van datzelfde parcours. De Virtual Partner is minder elegant; er is een gemiddeld tempo en daarmee moet je het maar doen. Je kunt het tempo onderweg aanpassen, maar dat is me te veel gedoe onder het lopen.

Wat ik vergeten was is om een veld te reserveren voor tijd en afstand, zodat ik moest raden of ik al 90 minuten had gelopen. Had ik gezien dat ik nog maar 11 minuten en 32 seconden van de anderhalf uur zat, had ik die laatste 2 km of zo nog wel doorgelopen.

Van al de gemaakte fouten heb ik veel geleerd. Het blijft belangrijk om het doel van de training (hier: 90 minuten hardlopen) voorop te stellen. Verder is het verstandig om niet al te ver voor te gaan lopen op de Virtual Partner (VP). Een meter of tien is genoeg speelruimte en geeft nog net het gevoel van een directe competitie. Als je denkt dat je even niet moet kijken is de kans aanwezig dat je teveel gaat afwijken van je streeftempo. Ik zou zeker een paar keer per kilometer een blik werpen op je VP scherm, gekoppeld aan een melding van je tempo per kilometer (Auto Lap functie) zou dat genoeg moeten zijn voor een strak tempo.

Met deze wetenswaardigheden, die geenszins voor iedereen zullen gelden, wil ik aanstaande zondag de Bergse Monumentenloop in een tijd onder de 48 minuten lopen. De VP krijgt een tempo van 4:48 minuten per kilometer, zodat ik onder de streeftijd blijf als ik voor blijf op de VP. In het begin slechts enkele meters, maar op de laatste kilometer kan ik proberen om zo ver mogelijk uit te lopen op het figuurtje op het scherm van mijn horloge.

Rest me nog om de tempo's en dergelijke te geven van deze training.

14,84 km in 1u:18m:28s (5:17 min/km)

0 - 5 km in 26m:02s (5:12 min/km)
5:02, 5:15, 5:11, 5:11, 5:19 min/km
5 - 10 km in 26m:24s (5:17 min/km)
5:21, 5:22, 5:12, 5:07, 5:22 min/km
10 - 14,84 km in 26m:02s (5:23 min/km)
5:13, 5:21, 5:28, 5:25, 5:29 min/km

Bedankt voor het lezen en loop ze!

Volgende week in een snellere groep

Gisteravond was een beetje vreemde training. Enerzijds snapte ik niet helemaal wat de bedoeling van de trainingsopdracht was (zie Cryptische trainingsopdrachten), anderzijds kon ik met zoveel gemak voorblijven op een trainingsmaatje in onze groep, dat het me overduidelijk werd dat ik in een groep met snellere lopers thuis hoor.

Nadat ik aan de trainer na diens uitleg van de training voor die dag had gevraagd wat “100/100” precies inhield (tempovariatie per 100 m), wist ik nog steeds niet hoe je het moest uitvoeren. Mijn trainingsmaatje besloot dat het betekende dat je 100 m tamelijk snel afwisselde met 100 m tamelijk langzaam, wat gemiddeld resulteerde in 15 tot 25 s boven het gebruikelijke “vlakke” tempo op de 1000 m (4:55 minuten). Ik kreeg het idee dat hij het gebruikte om uit te rusten van ons relatief snel eerste 1000tje van 4:47 minuten, dat evenwel weinig deed voor mij. Maar wie weet, misschien deden we het precies zoals de bedoeling was. Wie zal het zeggen. Het was in elk geval veel minder intens dan ik vooraf dacht.

1000 m (4:47), 2x 1000 m 100/100 (5:11, 5:20)

Na een seriepauze van 300 m kwam de tweede serie, 400 m met 100 m pauze, op het gebruikelijke tempo voor de 400 m dus. Voor onze groep is dat 1:55, maar wij tweeën deden het sneller.

3x 400 m (1:50, 1:51, 1:52)

Toen zou een serie volgen met iets snellere (3 s per 400 m) ronden van 400 m, maar met 200 m herstel. Er was evenwel wat verwarring over de precieze opdracht. Daardoor kon ik twee keer niet op tijd mijn knopje indrukken en registreerde ik alleen de laatste 300 m. Bij navraag aan de hulptrainer, rustten we wèl 200 m en deed ik mijn laatste 400 m keurig in 1:33 minuten, 5 s sneller dan mijn loopmaatje, die me absoluut niet kon bijhouden (het was vaker andersom tussen ons in de afgelopen zes maanden).

2x 300 m (1:16, 1:16), 400 m (1:33)

Een beetje vriendelijke competitie kan geen kwaad. De twee andere lopers van ons groepje namen er geen deel aan. Zij liepen hun eigen training met aanzienlijk langzamere 1000tjes en 400tjes. Ik stelde aan mijn loopmaatje du jour voor om volgende week over te stappen naar de snellere groep (46 tot 48 minuten op de 10 km), maar hij was er nog niet zeker van, waarschijnlijk omdat hij 50 minuten over de 10 km doet in wedstrijden.

Terwijl ik nog moet bewijzen dat ik onder de 48 minuten kan duiken (hopelijk aanstaande zondag in de Bergse Monumentenloop), is mij wel duidelijk dat ik geen trainingsuitdaging meer heb in mijn huidige groep. Ik heb iets meer prikkel nodig om het interessant voor me te houden. Het zou kunnen dat ik maar net kan aanpikken bij de groep boven me, maar dat was van de winter ook het geval bij de groep waarbij ik nu loop.

Het sneller lopen wordt gedragen door gewichtsverlies, maar met een paar weken vertraging. Dat is enerzijds frustrerend, omdat je weet dat je sneller zou kunnen, ware je getraind genoeg, anderzijds is het op de lange termijn bemoedigend, omdat je weet dat je op de goede weg zit naar snellere tijden.

Ik was bang dat het nu gedaan zou zijn met gewichtsverlies, omdat ik in het verleden altijd in horten en stoten afviel (met vele frustrerende weken op hetzelfde gewicht). Verder voelde ik afgelopen weekend me wat zwak. Dat gevoel is weer weg, net als een kilo lichaamsgewicht, halverwege de week. Het ziet ernaar uit dat ik aanstaande zondag het met 2 kg minder mag doen dan afgelopen zondag.

Voor die tijd moet er nog wat gedaan worden op hardloopgebied. Vandaag een 90-minuten loop, op een richttempo dat 10 % langzamer is dan mijn 10 km tempo (7 april, Halsteren, 4:51 min/km), oftewel 5:20 min/km.

Ik wil de Virtual Partner (VP) functie uitproberen van mijn Garmin FR 310XT. Ik heb al nagevraag gedaan op het chat'n'run forum, maar niemand was positief over deze functie. Het gemiddelde tempo leek hun beter, vooral omdat de VP slechts een uur schijnt te werken. Over dat laatste kon ik niks vinden via Google. We zien wel. Mocht het inderdaad zo zijn, dan schakel ik over naar het veld met het gemiddelde tempo.

Zoveel nog te ontdekken. Ik loop al bijna 15 jaar hard en nog steeds vind ik dingen die ik nooit eerder had gezien, of wel gezien, maar nog nooit over had nagedacht.

Bedankt voor het lezen en loop ze!

Cryptische trainingsopdrachten

We krijgen ons trainingsschema per e-mail bericht via een aanhangend Excel document. Aangezien noch de trainer, noch degene die de gegevens invoert heel goed schijnt te zijn in geschreven communicatie kan dat leiden tot een cryptische omschrijving van de kern van de training. Dit wordt ongetwijfeld nog versterkt door het gebruik van jargon dat men heeft opgepikt via de opleiding tot trainer van loopgroepen, via de K.N.A.U., een organisatie waar tegengestelde belangen worden verenigd via zeer (laten we zeggen) diplomatiek taalgebruik, dat met opzet vaag is, om alle partijen een kans te bieden voor hun eigen interpretatie.

Hier is wat er staat als training voor vanavond, 16 april 2013:

3x 1000
2de en 3de
wisseltempo 100/100
P 200, SP 300 +
3x 400 P 100 + 3x 400 p 200
en 3" sneller

En voor de training voor aanstaande donderdag, 18 april 2013, staat er:

4x
(800 AD,100 doordribb,
800 snel)
p 400

Die van donderdag kan ik nog redelijk makkelijk ontcijferen:

Vier series met 400 m herstel tussen elke serie.
Een serie bestaat uit:
  1. 800 m hardlopen op je anaerobe drempel*
  2. 100 m doordribbelen
  3. 800 m zo snel als je kunt volhouden
*Dat wil zeggen, je tempo op een 10 km wedstrijd

Die van dinsdag, daar moet ik echt naar raden. Gezien wat er donderdag op het programma staat, zal ik het als volgt interpreteren:

Drie series met 300 m herstel tussen elke serie:
  1. Drie maal 1000 m hardlopen, met 200 m herstel tussendoor, waarvan:
    • de eerste 1000 m vlak gelopen op het gebruikelijke tempo
    • tweede en derde 1000 m gelopen op een tempo dat wisselt per 100 m:
      - 100 m op je anearobe drempel*
      - 100 m zo snel als je kunt volhouden
  2. Drie maal 400 m hardlopen op het gebruikelijke tempo, met 100 m herstel tussendoor
  3. Drie maal 400 m hardlopen, met 200 m herstel tussendoor,
    waarbij elke 400 m 3 s sneller dient te worden gelopen dan gebruikelijk
*Dat wil zeggen, je tempo op een 10 km wedstrijd

Halen we nog even de gebruikelijke tempo’s erbij voor mijn groepje, groep 7.

1000: 4'52 | 800: 3'52 | 600: 2'52 | 400: 1'52 | 300: 82 | 200: 50

Ik zal ongeveer 49 minuten over een 10 km wedstrijd doen op dit moment, wat overeenstemt met een tempo van 4:54 min/km, 29,4 s per 100 m. Laten we dat voor het gemak 30 s per 100 m maken. Een snelle 1000 m zal ik in ongeveer 4:30 minuten afleggen, oftewel 27 s per 100 m.

Dit levert een hoop tempo’s op om te onthouden voor vanavond:

gebruikelijke tempo vlak gelopen 1000 m
29 s per 100 m
tempo voor anaërobe drempel
30 s per 100 m
tempo voor snelle 1000 m
27 s per 100 m
tempo voor tweede serie (400 m)
28 s per 100 m
tempo voor derde serie (400 m)
27 s per 100 m

Nu snap ik heel goed waarom sommigen de handdoek in de ring gooien en hun eigen training doen als ze zo’n ingewikkeld schema zien. Met zes groepen om bij te houden zal het voor de trainer bijna onmogelijk worden. Zijn aandacht zal voornamelijk uitgaan naar de lopers waarbij een exacte uitvoering ertoe doet, de snelste lopers.

Het is niet mijn plaats om vraagtekens te zetten bij deze trainingsvorm. Ik heb geen idee wat de achterliggende gedachten zijn. Het enige wat ik kan doen is proberen om de tempo’s voor mezelf vast te stellen en hopen dat ik het allemaal goed begrepen heb.

Wat ik wèl hoop is dat mijn linker kuit niet gaat opspelen van al dat snelle werk deze week.

Bedankt dat je tot hier doorgelezen hebt, ondanks al het gegoochel met cijfers. Mocht je vandaag nog gaan hardlopen, geniet er dan van, want de temperaturen zijn op dit moment zeer aangenaam (voor hardlopers dan toch).

De dag na een mislukking

Soms lukt het niet en dat is normaal. Je bent geen machine, maar een mens. Mensen maken inschattingsfouten. Punt is om ervan te leren en door te gaan. Het is vervelend als je droomt over falen, in de nacht na een mislukte poging om een goede tijd neer te zetten. Geen reden om bij de pakken neer te zitten. Vort met die geit!

Ik was vroeg naar bed gegaan, omdat ik best wel moe was. Gevolg was dat ik ook nog eens vroeg opstond. Dan maar vroeg trainen. Niet super vroeg, want dan is het nog donker, maar zeker nog voor de kinderen op school zitten.

Met een kleine omweg ging ik naar het verlaten fietspad, zo'n twee kilometer in vogelvlucht van waar ik woon. Ik hou wel van variatie in mijn route. Voor een betere uitvoering van de oefening van vandaag plantte ik drie takjes in de grond naast het fietspad tussen de twee betonnen paaltjes die ik denk 400 meter uit elkaar staan. Zodoende kon ik ongeveer elke 100 m op mijn horloge kijken of ik de juiste tussentijd had.

Helaas ging de tien maal vierhonderd meter niet constant 29 s per 100 m. Het tempo varieerde tussen de 25 en 30 s. Toen ik deze oefening nog drie keer per week deed als mijn enige training, was ik veel beter in het tempo gelijk houden. Ik was ook veel sneller (23 s per 100 m), lichter van gewicht en tien jaar jonger.

Dat was toen en nu is nu. Ik weet dat ik mijn 400tjes veel sneller kan lopen (zowat wekelijks op de clubtraining), maar dit moest een lichte training worden. Het herhalingselement en herhaalbaarheid stonden hier voorop. Niet dat ik er goed in was; vandaar dat het getraind moest worden. Gelijkmatig kunnen lopen is belangrijk.

Het heen en weer lopen, afwisselend snel en langzaam heeft ook iets meditatief. Op een gegeven moment kom je in de swing (ook al was het bij mij alleen bij nummer acht van tien; de rest was goed opletten bij de tussentijden).

10x 400 m
1:57, 1:58, 1:55, 1:56, 1:57, 1:53, 1:55, 1:55, 1:53, 1:53

Op de terugweg regende het lichtjes. Dat was aanleiding om wat harder te gaan. Wellicht was dat niet zo slim, want thuis voelde mijn linker kuit wat stijfjes. Die krijgt een paar dagen wat extra aandacht bij het stretchen.

Na afloop was de somberheid over het niet voltooien van de 10 km de dag ervoor verdwenen. Hardlopen kan je weer heel maken, alhoewel het besef blijft dat je de volgende keer je beter aan het plan moet houden. Het rotgevoel kwijtraken is dan weer wèl fijn.

Bedankt voor het lezen en loop ze!

Kievitloop april 2013

Ik was van start gegaan voor een 10 km voluit op de Kievitloop, maar op de 5 km ben ik gestopt, omdat het even niet ging. Tot de 3 km ging het goed (4:30, 4:37, 4:39). Toen was het gebrek aan sfeer de dooddoener en ging het licht even uit (4:58). Besloten om dan maar tot de 5 km te lopen (4:27).

Alhoewel ik de volle 10 km niet gelopen heb, was dit toch een goede generale repetitie voor volgende week in het centrum van Bergen op Zoom (Bergse Monumentenloop). Ietsjes voorzichtiger starten en dan volhouden.

4.95 km in 23:09 (officiële tijd nog onbekend op het moment van schrijven).

Ik had ingezet op een wedstrijdresultaat op de 10 km, maar dat is dus niet gelukt. Met een flink overgewicht kan ik toch niet voluit lopen, m.a.w. een wedstrijdmentaliteit hebben. Voorlopig zijn gewichtsverlies en uithoudingsvermogen de hoofddoelen. Snelheid komt later wel.

Bedankt voor het lezen en loop ze!

Rustige training voor een wedstrijd

Morgen ga ik de Kievitloop in Bergen op Zoom lopen. Het is een trimloop, maar ik ga hem proberen als een wedstrijd te lopen, op wedstrijdtempo. Om mijn spieren “op spanning houden” liep ik vandaag tegen het eind van de middag een korte afstand hard.

Na 10 minuten inlopen deed ik drie versnelling van 30 s tot sub-maximaal (3:30 min/km), met 30 s wandelen als herstel. Daarna liep ik twee keer 5 minuten op sukkeldraf, met 30 s wandelpauze, een wandelpauze van een minuut, een kilometer op net sneller (4:38 min/km) dan beoogd wedstrijdtempo, 30 s wandelpauze en afgesloten met 5 minuten uitlopen.

In totaal liep ik 5,71 km in 34m:26s (6:02 min/km) in heerlijk loopweer (15 graden, zonnetje, licht briesje). Mijn shirt was achteraf nog kurkdroog.

Ik duim voor de mensen die in Rotterdam deelnemen aan de diverse afstanden morgen, de 10 km, de marathon (42,195 km) en de marathon estafette, èn voor de supporters die langs het parcours staan. Helaas kan ik er dit jaar niet bij zijn, ook niet als supporter, omdat ik doelen wil bereiken die vereisen dat ik trouw ben aan mijn trainingsschema.

Bedankt voor het lezen en veel kijkplezier morgen bij het live verslag van de marathon van Rotterdam.

Hard trainen

Het viel me altijd op hoe hard onze trainer ons laat trainen. Ik heb er al vaak over geklaagd en velen in ons groepje (en andere groepjes in onze loopgroep Lange Afstand) smokkelen of doen heel wat anders. Slechts enkelen trainen zes keer in de week. Nu ik wekelijks wedstrijden loop, heb ik geen tijd om te klagen, noch puf. Ik moet iets hebben om me staande te houden, om de weerstand op te bouwen tegen het geweld van proberen boven jezelf uit te stijgen.

We mochten gisteravond duizendjes lopen in wedstrijdtempo, maar met een geniepig extraatje. Gelukkig dat het merendeel van de Rotterdamgangers niet was komen opdagen, want vanavond werden de benen leeg gelopen. Er was slechts een persoon die de estafette met een bedrijven-team in Rotterdam zou gaan lopen, dus zo'n 10 km.

De gemene draai die aan deze oefening zat was 50 m dribbelen na de 1000 m op wedstrijdtempo en dan 150 m snel. “Snel?” vroeg ik, “Iets sneller dan je 1000 m tempo, ja?” “Nee,” zei de trainer, “gewoon snel.” Oef! Dat betekent dus zo snel als je (nog) kunt. Als laatste mocht je nog 1000 m lopen zo snel als je kon.

Ik heb eindelijk het lijstje gevonden van intervaltijden die horen bij de groep van langzaamste lopers van onze loopgroep (langer dan 48 minuten op de 10 km).

1000: 4'52 | 800: 3'52 | 600: 2'52 | 400: 1'52 | 300: 82 | 200: 50

Als ik uitga van de 50 s voor de 200 m en dat de 100 m in 22 s zou moeten kunnen, dan zou ik 25 + 11 s (36 s) schatten voor de 150 m snel.

Hier zijn mijn zelf-geklokte tijden (pauze was 300 m na elke 150 m snel):

1000 m: 4:53, 4:51, 4:51, 4:46
0150 m: 0:36, 0:33, 0:33, 0:35
1000 m: 4:25

Er waren twee problemen waarmee ik kampte. Ten eerste was dit de zesde trainingsdag achter elkaar; ik was al tamelijk moe. Ten tweede wilden de anderen niet mee. Ze liepen een ronde buitenom de atletiekbaan (1 km) en kwamen er toen achter dat je de 50 m dribbelen en 150 m snel beter op de baan kunt lopen. Toen ze dat door hadden, liepen we totaal verschillend, met een achterstand van een volle ronde. Ik liep dus op mezelf.

Er werd ook veel gekletst en deze oefening was te zwaar daarvoor. Als je dan toch wilt babbelen, neem je te lange pauzes of je loopt je snelle stukken te langzaam, zodat je adem over hebt. Aangezien ik ga voor verbetering van mijn tijden, koos ik voor serieus trainen in plaats van voor gezelligheid.

De trainer zag dat en merkte ook op dat ik me goed voorbereid had, omdat ik het schema uit het hoofd wist. Ik wist zelfs de tussentijden op de seconde op de 100 m punten, maar dat vertelde ik pas na de training. Enfin, hij gaf aanwijzingen voor mijn loophouding bij de snelle 150tjes en gaf bemoedigende woorden over het juiste tempo op de 1000tjes.

Mijn hoop is dat ik heel blijf en door gewicht te verliezen de tijden in mijn wedstrijden kan opschroeven. Het zal niet makkelijk gaan, omdat je kracht moet toegeven aan het gewichtsverlies. Pas na enkele weken trainen op hetzelfde gewicht gaat je snelheid omhoog (ongeveer 29 s per kg minder op je 10 km tempo).

Het effect op de snelheid ijlt dus na. Dat houdt in dat mijn 6 kg gewichtsverlies vandaag ten opzichte van 17 maart pas op de Haagse Beemdenloop een vol effect zal hebben en het gewicht dàn pas op het Rondje Rijen op 1 juni. Dit alles onder de voorwaarde dat ik blijf trainen met dezelfde inzet als nu.

Dat betekent nog vele zware trainingsweken voor de boeg en een langzame verandering van instelling. Ik klaag nog te veel tijdens de training en denk nog te veel dat ik iets niet aan kan. Bescheidenheid is een goede eigenschap, maar zelfonderschatting is wellicht een graadje te ver in die richting.

Je bent nooit te oud om te leren, zo blijkt nu.

Bedankt voor het lezen en loop ze!

Onder de 49 minuten

Alhoewel ik op 7 april in Halsteren al rond de 48 minuten op de “10 km” heb gelopen1, wil ik nog steeds de echte afstand lopen onder 49 minuten. Dat wil ik proberen op de Kievitloop, waar ik al eerder dit jaar (17 maart 2013) 51:15 liep.

In de tussentijd heb ik zo'n 75 km per week getraind en heb 6 kg aan lichaamsgewicht verloren. Kon ik 4 weken geleden nog met moeite de mensen in mijn loopgroepje bijhouden, nu loop ik vooraan, zonder veel moeite. Mijn conditie is blijkbaar met stappen vooruit gegaan.

Toch zal ik conservatief van start gaan, op een tempo dat overeenstemt met een eindtijd van 48:30. Dit was het gemiddelde tempo dat mijn GPS horloge afgelopen week aangaf, toen ik nog 2 kg zwaarder woog. Gaat het makkelijk, dan kan ik het tempo een beetje versnellen.

Resten mij deze week nog twee trainingen, vanavond met mijn atletiekvereniging en zaterdag een rustige intervaltraining om de spieren op spanning te houden. Op zondagmorgen zal ik dan voordat het warm wordt om 10.30 uur van start gaan op mijn poging om onder de 49 minuten uit te komen op de 10 km.

Bedankt voor het lezen en loop ze!


1 Het parcours was niet goed afgezet. De meesten liepen zo'n 50 s of meer sneller dan hun gebruikelijke tijd dit jaar, omdat ze konden afsnijden en dat waarschijnlijk ook deden, omdat bijna iedereen het deed.

Zwerfloop

Het plan was om anderhalf uur op gevoel door het bos te lopen. Voor ik weg ging heb ik nog even op de klok gekeken en toen ik terugkwam keek ik weer. Als ik me goed herinner heb ik volgens deze route gelopen in 87 minuten.

De benen voelden nog zwaar aan van de korte intervallen van gisteravond. Ook heb ik vannacht een uur klaar wakker in bed gelegen. Gelukkig kon ik de slaap weer vatten, maar het was een korte nacht voor mijn doen.

Enfin, het loopje ging verder aardig. Er waren niet veel mensen in het bos. Ik kwam twee andere hardlopers tegen en een paar wandelaars. Toen ik bij Ziekenhuis Lievensberg liep, heb ik nog even op de parkeermeter gekeken voor de tijd en heb op basis daarvan er nog een stukje aan vast geplakt.

Het tempo was gemiddeld ongeveer iets sneller dan 6 minuten per km, wat je mag zien als een rustig duurloopje, maar niet als herstelloop (daarvoor is het trouwens veel te lang). De vetverbranding mag af en toe ook wel eens wat aandacht.

Volgende week doe ik weer een 90 minuten tempo-loop. Ik denk dat het beste tempo ongeveer 10 % langzamer is dan mijn 10 km tempo op het moment. Dit geeft ook aan hoe snel ik mijn 10 km zou moet lopen om 20 km in 90 minuten te kunnen lopen (een van mijn openstaande doelen voor de zomer van 2013), 41 minuten. Da’s best pittig!

Bedankt voor het lezen en loop ze!

Effe in het rood gaan

Nog maar een paar dagen tot de Rotterdam marathon en natuurlijk werd er aangepast getraind door de Rotterdamgangers. Wij achterblijvers mochten het doen met een serie intervallen, om iets aan de snelheid te doen. Totaal niet geschikt als marathontraining, maar ja, die doen het nu rustig aan en donderdag zullen de meesten met de beentjes omhoog zitten in plaats van naar de training te gaan.

Na een gezamenlijke warming-up deden evenwel sommigen marathonlopers wel mee met de intervalletjes. Ach, ’t zal wel zo moeten. We liepen drie series en de tijden voor de 400, 300 en 200 m die ik eerder had gegeven waren blijkbaar achterhaald, want ze waren sneller dan wat ik op mijn lijstje had staan.

We liepen met ons groepje van 48 minuten of langer over de 10 km (de langzaamste groep) de 400 m intervallen in 1:50, de 300 m intervallen in 1:20 en de 200 m (iets sneller) in :47. De pauze tussen de 400tjes en 300tje was telkens 100 m, terwijl die tussen de snelle 200tjes 200 m was. Seriepauze was 300 m.

Hier zijn mijn tijden:

6x 400m
1:53, 1:53, 1:51, 1:46, 1:51, ?
6x 300m
1:15, 1:14, 1:12, 1:15, 1:17, 1:14
6x 200m
:43, :43, :44, :43, :44, :47

Sorry voor de bedieningsfout voor het zesde 400tje. Ik drukte het verkeerde knopje in.

De 300tjes gingen dus sneller dan de groep ze liep. Voor de 200tjes ging ik dus in het rood (zo snel als ik kon). Verzuring kon niet uitblijven en bij nummer 6 was ik al op. Dat was dus een kans voor een van de andere lopers om uit te blinken met 41 s voor zijn snelste 200 m. Goed gedaan!

In totaal liep ik 12,17 km in 1u:15m:15s (6:11 min/km).

Ik denk dat af en toe wat dieper gaan wel goed is om je scherp te houden. Morgen wordt het een “zwerfloop” in het bos, zonder horloge, puur op gevoel en rustig. Dat is dan een sterk contrast met vandaag, waar het veel om afstanden en tijden ging.

Bedankt van het lezen en loop ze!

Verdraaid!

Ik kwam er achter dat het parcours van de 10 km van de Tien van Halsteren, afgelopen zondag, 80 tot 220 m korter was dan 10.000 m omdat de hoeken niet waren afgezet met lint en, afhankelijk van hoe je afsneed, de genoemde afstand te kort was. Niet alleen dat, maar de kilometers op een gecertificeerd parcours zijn juist vanwege eventueel afsnijden elk 10 m langer, zodat iedereen tenminste de geafficheerde afstand loopt. In het ongunstigste geval is dat dus 320 m te kort voor deze editie van de Tien van Halsteren, oftewel 96 s op 5 min/km, zodat mijn zelf geklokte 47:58 eigenlijk 49:34 moet zijn. Dat is wat waarschijnlijker, omdat ik een week ervoor netto 50:16 liep op de Kidney Run.

Dit was dus waarschijnlijk mijn laatste Tien van Halsteren. Het is geen wedstrijd, maar een trimloop. Niks mis mee, behalve het veel te hoge inschrijfgeld voor een trimloop en de ambiance die het doet lijken op een wedstrijd, terwijl het er geen is. Alleen als het parcours officieel gecertificeerd wordt en na excuses van de organisatie op hun website voor de gemaakte fouten zal ik mijn beslissing heroverwegen.

Rustige training na een wedstrijddag

Na me gisteren uit de naad gelopen te hebben, ging ik op pad met de opdracht om vandaag niet het onderste uit de kan te halen, maar er ook geen typische hersteltraining van te maken. Een goede gelegenheid voor korte intervallen, enigszins langzaam gelopen.

Ik wilde mijn vierhonderdtjes op een afgelegen stuk fietspad lopen (heen en weer tussen twee paaltjes die 400 meter uit elkaar staan) en op weg ernaar toe kwam ik in het bos een man tegen die wel zeven honden bij zich had. Ze stonden goed onder appèl, dat wel, maar ik vond het een beetje “wereldvreemd”.

De temperatuur was niet aangenaam te noemen (4 graden), maar dat weerhoudt wandelaars met stokken en die met honden er niet van om een wandeling te maken. Ik zag ook een paar hardlopers en mountainbikers. Op het fietspad was het met de wind mee en het zonnetje erbij ineens wel aangenaam vertoeven, zeker als je, zoals ik, opgewarmd was na een stuk inlopen.

Het werden 10 stuks van 400 meter snel lopen (ca. 1:50 minuten) en 400 meter als herstel (wandel/dribbel/wandel, ca. 3:15 minuten). De snelle stukjes werden uitgevoerd als een fikse versnelling, wat temperen en dan op een tempo van rond de 4:30 min/km in de laatste 200 m. De langzame stukjes bestonden ieder uit 30 m wandelen aan het begin/eind en daar tussen dribbelen op een tempo van 7:00 min/km. De fikse versnellinkjes voelden goed voor de techniek, maar waren vermoeiend voor de al vermoeide benen, zeker vanaf de achtste van de tien keer.

1:55 | 1:51 | 1:51 | 1:50 | 1:47
1:50 | 1:51 | 1:47 | 1:49 | 1:47

Nadat ik al wandelend terug het bos in was gegaan, liep ik dezelfde 2,5 km als ik heen liep terug naar huis in een drafje van om en nabij 5:50 min/km. Ik kan me niks bijzonders op de terugweg herinneren, de gebruikelijke wandelaars en mensen met honden.

___

Ik verwacht dat ik morgen wel voldoende hersteld zal zijn van de 10 km (was ook zo vorige week) om een normale clubtraining te doen. Ik moet nog wel even overleggen met de trainer of ik het beste kan overstappen naar groep 5, vanwege mijn goede tijd in Halsteren.

Herinner nog even de tijden van groep 7:

Groep 7, 48 – 50 minuten
1000 m – 4:55 (29 1/2 s per 100 m)
800 m – 3:55 (29 3/8 s per 100 m)
600 m – 2:55 (29 1/6 s per 100 m)
400 m – 1:54 (28 1/2 s per 100 m)
300 m – 83 (27 2/3 s per 100 m)
200 m – 50 (25 s per 100 m)

Voor groep 5 gelden de volgende tijden op intervallen:

Groep 5, 46 - 48 minuten
1000 m - 4:45 (28 1/2 s per 100 m)
800 m - 3:46 (28 1/4 s per 100 m)
600 m - 2:47 (27 5/6 s per 100 m)
400 m - 1:48 (27 s per 100 m)
300 m - 80 (26 2/3 s per 100 m)
200 m - 48 (24 s per 100 m)

Gezien de tijden die ik vandaag liep in de rustige intervallen, zou je kunnen denken dat ik groep 5 maar net aan kan. En ik denk dat zoiets goed is. Maar net kunnen bijbenen is goed om je prestatie te verbeteren. Ik denk dat ik over een maand er lang niet zoveel moeite meer voor hoef te doen, mits ik blijf afvallen.

In theorie kun je per kg verlies aan lichaamsgewicht ongeveer 29 s sneller lopen op de 10 km. Nog 5 kg eraf en ik kan (in theorie) zelfs overstappen naar groep 4 (43 - 45 minuten op de 10 km). Immers, 80 kg was een van mijn doelen om te halen voor de zomer en vanmorgen woog ik 85 kg.

We zien wel wat de trainer zegt (als-ie er wat van zegt, want hij is meestal vrij flexibel). Misschien wil hij me aanstaande zondag op de Kievitloop onder de 48 minuten op de 10 km zien lopen voor hij me toestemming geeft. Daar zou ik mee kunnen leven. Van de andere kant, ik meen me te herinneren dat de meesten uit groep 5 meedoen aan de marathon in Rotterdam, aanstaande zondag. Het is goed mogelijk dat het groepje is uitgedund tot een of twee lopers en dat mijn deelname helemaal niet verkeerd gevonden wordt.

Het schema voor de clubtraining van morgen is een interval training die bestaat uit drie series van zes stuks:

  • 6x 400 m (p 100 m)
  • 6x 300 m (p 100 m)
  • 6x 200 m snel (p 200 m)
  • seriepauze 300 m

Wat het ook wordt qua tijden, de training wordt gewoon gelopen.

Bedankt voor het lezen en loop ze!

Aanvulling: Gezien mijn constatering dat de uitslag van de Tien van Halsteren twijfelachtig is, zal ik deze week toch nog in groep 7 blijven trainen, tenzij ik expliciet gevraagd wordt om in groep 5 te trainen.

Nog meer wedstrijden tot de zomer

Een dag na een succesvolle 10 km in Halsteren is het tijd om de volgende serie wedstrijden aan te kondigen, tot aan de zomerperiode. Het lijkt veel, maar het is puur om me bezig te houden met hardlopen en actief zijn. Er moeten namelijk nog heel wat kilootjes af voor de winterperiode ingaat.

De aandacht wordt verlegd naar langere afstanden, de 15 km en een halve marathon (eentje). Na de zomervakantie wil ik me meer toeleggen op de halve marathon, vooral in september en oktober.

Hier zijn de lopen:

5 mei 2013 - Haagse Beemdenloop, Breda (NB)
Een snelle 15 km wedstrijd over drie ronden in de wijk de Haagse Beemden in Breda.
9 mei 2013 - 15 Km van Standdaarbuiten (NB)
Een 15 km wedstrijd over drie ronden rond Standdaarbuiten, met relatief veel klimmen en dalen. Let op: Hemelvaartsdag; er rijden dus geen bussen!
18 mei 2013 - Nationale Lenteloop, Papendrecht (ZH)
Een 15 km wedstrijd in een lange ronde, voor een groot deel langs het water (jachthaven). Redelijk vlak, met hier en daar een stijl klimmetje.
26 mei 2013 - Vestingloop, 's-Hertogenbosch (NB)
Een 15 km wedstrijd die ik voor het eerst ga lopen. Mij is verteld dat de sfeer en verzorging uitstekend zijn.
1 juni 2013 - Rondje Rijen (NB)
Een 10 km wedstrijd op een relatief snel parcours, over vier ronden. Een solide wedstrijd, waar ik al vaak met veel plezier aan deelgenomen heb.
23 juni 2013 - Zomerklassieker, Roosendaal (NB)
Een halve marathon wedstrijd, waar hitte vaak een rol speelt. Eén lange ronde tussen het centrum en buitengebied van Roosendaal. Valt samen met de 10 km wedstrijd. Het is goed opletten bij het splitsen van die twee afstanden.

Ik hoop dat dit voldoende zal zijn om mijn gewicht onder de 80 kg te krijgen en op een 90 minuten loop 20 km of verder te kunnen lopen. Mocht dat laatste niet lukken, dan heb ik altijd nog juli en augustus als uitloop, zodat ik in september in conditie ben voor het langere werk (lees: halve marathon) in een enigszins acceptabele tijd van anderhalf uur of minder. In de zomer heb ik ook loopjes op het oog, maar daarover meer later in het jaar.

De afwezigheid van wedstrijden in de drie weken tussen 1 en 23 juni is met opzet. Zo kan mijn lichaam het even een paar weken wat rustiger aan doen. De Zomerklassieker is namelijk meestal vrij zwaar, vanwege de hitte.

Tien van Halsteren 2013

Op het fietsje langzaam aan naar het nabijgelegen Halsteren gefietst en ruim een uur van tevoren mijn borstnummer opgehaald na betaling van het inschrijfgeld bij voorinschrijving. Er was geen chiptiming, noch licht in de kleedkamers. Kleine loopjes beginnen het zwaar te krijgen.

Desondanks ging ik van start om 13.00 uur voor vier rondjes van 2,5 km onder het genot van een zonnetje en een licht briesje (ca. 10 graden). Dit voelde een stuk aangenamer aan dan een week geleden in Roosendaal (net boven het vriespunt en stevige wind).

Het plan was om onder de 50 minuten uit te komen, met een start kilometer van 4:54 en dan maar zien hoe de benen het deden. De benen deden het boven verwachting, ondanks de klinkers en stoepjes op en af. Dit is geen snel parcours, dus gunstige omstandigheden waren erg welkom om er toch nog iets van te maken op een zondagmiddag.

De kilometers op mijn GPS waren langer dan aangegeven op het parcours. Nu zegt dat weinig, want GPS meting kan soms onnauwkeurig zijn. In totaal gaf mijn Garmin FR 310XT 9,89 km aan en ik liep netto 47:58 minuten. Bruto zat ik net boven de 48 minuten, slechts enkele seconden. Het is wachten op de officiële uitslag voor die brutotijd.

De rondjes gingen allemaal netjes in ongeveer 12 minuten. Echter, het tempo op het parcours varieerde enigszins.

4:52 | 4:42 | 4:53 | 4:47 | 4:50
4:53 | 4:58 | 5:00 | 4:55 | 4:38

Het laatste stukje was 890 m. Het is duidelijk dat het zwaartepunt op kilometers 7 en 8 ligt, maar het tempo bleef redelijk in de buurt van de beoogde 4:54 min/km voor een eindtijd van 49 minuten.

Gedachten om ermee te stoppen begonnen al bij het passeren van het 5 km punt. Ik kon die gedachten redelijk onder controle krijgen door me op het tempo te concentreren. De neiging om te stoppen bleef opspelen, zeker als er mensen links en rechts waren gaan wandelen om wat voor reden ook. Ik moest me bedwingen er iets van te zeggen, want wat weet ik er nou van waarom ze gestopt waren? Het leek me beter om me bezig te houden met mijn eigen problemen om te blijven hardlopen.

Het laatste stuk (890 meter) kon ik nog wat extra’s geven, geholpen door een vals plat naar beneden op de laatste 500 m in de Dorpsstraat, op weg naar de finish. In de laatste 100 m zat er deze keer geen eindsprint in, omdat ik al wist dat ik mijn doel ruimschoots gehaald had. Toch was het wat sneu om enkele seconden boven de 48 minuten uit te komen.

Op naar de volgende wedstrijd, de Kievitloop, een plaatselijke (voor mij) trimloop, op 14 april aanstaande. Vanzelfsprekend zal ik daar proberen om die 48 minuten minuten te verslaan. Het hoofddoel is voorlopig gewichtsverlies, maar een verbetering van de tijd is mooi meegenomen en een leuke opsteker.

Bedankt voor het lezen en loop ze!

Bietensap

Ja, ook ik ga het proberen, zelfs nu de rode bietensap rage over schijnt te zijn. Na mijn stressvolle week van intensieve duurlopen op maandag en woensdag en een zeer intensieve lange-interval training op donderdag nam ik op vrijdag een rustdag na een zeer korte nacht met weinig uren slaap. In de hoop om iets goed te maken, dronk ik voor het slapen gaan 500 ml bietensap die ik bij de eco-winkel had gekocht.

Na een lange nachtrust van 10 uur werd ik zeer uitgerust wakker en verbaasde ik me over hoeveel energie ik ineens had, zeker vergeleken met de ochtend ervoor, maar ook met vorige week zaterdag. Ik moet erbij vermelden dat ik in beide gevallen een extra maaltijd had genuttigd op vrijdag en ook genoten had van een lange nachtrust. Of het aan het bietensap ligt weet ik niet, maar opvallend was het wel. Ik zal nog wat experimenteren om meer te weten te komen.

Net na negen uur 's-morgens stapte ik de deur uit voor een rustige lange duurloop, uitgevoerd als lange intervallen (of een wisselduurloop, zo je wilt). Zeven keer 1700 m rustig hardlopen op gevoel, telkens gevolgd door 300 m wandelen en dribbelen. De tijden waren netjes gelijk voor op gevoel lopen: 10:25, 9:56, 10:03, 10:09, 9:41, 9:58 en 10:16 minuten. De 14 km liep ik in iets minder dan 88 minuten (6:16 min/km).

In verband met wat ik morgen ga doen moest ik bewust de rem erop houden. Zodoende kon ik de 1700 m stukjes gemakkelijk lopen. Een kleine twee weken geleden, op 25 maart moest ik nog veel moeite doen om deze training in dezelfde tijd te lopen. Het uithoudingsvermogen is duidelijk beter geworden in de tussentijd.

Dat is een goed vooruitzicht voor morgen, wanneer ik om één uur 's-middags van start ga op de 10 km wedstrijd in Halsteren die dag. Ik zal proberen om onder de 50 minuten te belanden, met een aanvangstempo voor een 49 minuten uitslag, 4:56 min/km. We zien wel hoe de benen het nemen. Ik weet in elk geval hoe het moet voelen en kan op basis daarvan het tempo aanpassen, met een half oog op mijn GPS horloge.

Bedankt voor het lezen en loop ze!

Moei!

Ik heb slecht geslapen vannacht. Het is waarschijnlijk terug te voeren op de zware trainingsloop van afgelopen woensdag, in combinatie met veel te snelle intervallen tijdens de avondtraining op de baan. Gelukkig voor mijn lichaam is het vandaag een rustdag.

De combinatie vlotte lange duurloop en intensieve lange intervallen zal hopelijk zorgen voor een beetje supercompensatie voor aanstaande zondag op de 10 km van Halsteren. Daar hoop ik onder de 50 minuten te duiken. Geen spectaculaire tijd voor mijn doen, maar toch iets om me op te richten.

De training van gisteren (donderdag) had vier duizendjes als kern en ik liep ze in 4:39, 4:30, 4:33 en 4:28 minuten, respectievelijk (400 m dribbel-pauze als herstel tussendoor). Eigenlijk had ik er vijf moeten lopen, maar ik was te moe en voelde mijn maag opkomen (misselijk).

Later toen ik naar bed gegaan was, zat mijn lichaam nog steeds in de stress van de inspanning. Meestal val ik binnen een paar minuten in slaap, maar nu duurde het een uur. Gedurende de nacht was ik twee keer klaar wakker en het kostte me telkens moeite om terug in slaap te vallen. Bij de tweede keer ben ik maar opgestaan. Ik zorg wel dat ik overdag niet slaap en vanavond op tijd naar bed ga.

Een extra reden voor mij om zo diep te gaan in de training is het leren negeren van negatieve gedachten onder het lopen. Ik focuste puur op de uitvoering: de eerste 100 m flink gas geven, dan proberen 28 s per 100 m vast te houden en dan op de laatste 100 m weer versnellen.

Tijdens de twee voorgaande wedstrijden merkte ik dat ik te veel met bijzaken bezig was en niet volledig gefocust was op het lopen zelf. Op de Kidney-Run, afgelopen maandag, ging het al beter, maar ook daar had ik een inzinking, die terug te voeren was op gebrek aan concentratie. Een 10 km wedstrijd moet van begin tot eind zwaar aanvoelen, tegen de verzuring aan; er is geen plaats voor gemakzucht, of “later wel inhalen”, zoals op de halve marathon en langer. Je moet zonder angst lopen, voluit, bijna buiten adem.

Tenminste, dat is mijn interpretatie van hoe je een tien kilometer als wedstrijd behoort te lopen. Dit hangt wat mij betreft niet af van welke tijd je ambieert. Wat ik op dit moment wil lopen op de 10 km mag ik bescheiden noemen, omdat het tijden zijn die ruim boven mijn persoonlijke record (40:30 min.) liggen. Uiteraard hoef je niet elke 10 km als een wedstrijd te lopen, maar als je ervoor gaat, dan met hart en ziel.

Het is heel erg opbeurend om jezelf een doel te stellen en dat je vervolgens ziet dat je dat doel benadert en gaat halen, zelfs al gaat het met horten en stoten. Voor de zomer heb ik twee concrete doelen die ik wil bereiken:

  1. 80 kg lichaamsgewicht
  2. 20 km in anderhalf uur

Op 17 maart woog ik nog 90 kg schoon aan de haak. Krap drie weken later ben ik 4,5 kg lichter geworden. Woensdag liep ik 16,3 km in 90 minuten.

Het ziet ernaar uit dat het afvallen zal gaan lukken, maar die 20 km zal meer van me vergen. Om de week zal ik een testloop doen op woensdag, enerzijds om te zien hoe het met de snelheid staat (hoe dicht ik bij mijn doel ben), anderzijds als trainingsprikkel voor de wekelijkse wedstrijd. Het is iets positiefs om naar uit te kijken als ik elke twee weken een stukje verder kan lopen.

Bedankt voor het lezen. Loop ze!

Hardlopen

Toen ik serieus begon te trainen voor hardlopen, in 1998, had je al die hulpmiddelen nog niet die we nu tot onze beschikking hebben. Geen smartphones, GPS horloges, compacte waterreservoirs, hightech kleding die je koel en droog houdt, etc. Terwijl die zaken heel behulpzaam zijn, vraag ik me soms af of ze ons afleiden van waar het allemaal om gaat, hardlopen.

Typend in Drafts op de iPad, kan ik mezelf geen technofoob noemen, maar het feit dat het niet de nieuwste iPad is, geeft ook aan dat ik geen early adopter ben; ik zit er ergens tussenin. Verder zie ik ook welk perspectief het bezit van dergelijke hulpmiddelen geeft en hoe we kunnen gaan denken dat ze ons leven gaan verbeteren, zonder compromissen.

Er zit ook een schaduwzijde aan, evenwel. Er zitten altijd beperkingen aan hulpmiddelen. Ze zijn ontworpen. Dat wil zeggen dat er een afweging is gemaakt wat wel en niet in zo'n hulpmiddel is gestopt en op welke manier de gebruiker ermee om dient te gaan. Gebruikers zijn hiervan doorgaans niet op de hoogte en veronderstellen dat een hulpmiddel alles bevat wat een gebruiker ooit nodig zou hebben, in andere woorden, een kuur tegen alle kwalen, een panacee.

Als dit niet op feiten blijkt te berusten, zal de naïeve gebruiker proberen om de omstandigheden aan te passen, zodat het hulpmiddel beter past. Men zegt dan: “Als je een hamer hebt, ben je op zoek naar spijkers.” De arme gebruiker ziet zich genoodzaakt om diens leven aan te passen, zodat de aanschaf van het hulpmiddel in diens gedachte gerechtvaardigd blijft.

Zo ook met hulpmiddelen voor hardlopen. Het is handig om altijd te weten hoeveel tijd en afstand je hebt afgelegd en om altijd een slokje te kunnen drinken, zodat je nooit trek1 in water hebt. Maar als je alleen maar kijkt op je horloge tijdens een wedstrijd en anderhalve liter water mee torst op je rug, zul je nooit ervaren hoe leuk het is om met andere mensen te lopen, nog zo goed kunnen presteren als mogelijk ware geweest, ondanks de dreiging van dorst tijdens het lopen.

De vraag kan zich opwerpen dat als je zo weinig afhankelijk bent van wat de organisatie je biedt (registratie van tijd en afstand, verzorging, etc.), als je zo weinig vertrouwen toont, waarom zou je dan überhaupt meedoen aan wedstrijden? Immers, je kunt net zo goed lopen zonder organisatie; die andere mensen lopen je alleen in de weg. Is de enige reden dat je nog meedoet het achteraf kunnen pochen op Facebook of Twitter hoe je het gedaan hebt op een evenement dat redelijk bekend is? Reduceer je de wedstrijd tot dàt?

Wordt geen slaaf van technologie, alsjeblieft! Hardlopen kan heel goed genoten worden zonder al die zaken. Misschien zelfs wel beter. Heel vroeger wisten lopers niet eens wat hun tijd was op die en die afstand. Het enige waar ze in geïnteresseerd waren was om te proberen hun directe tegenstander de volgende keer te verslaan. Je was zo goed als je laatste wedstrijd.

Ik snap dat dit in de massaliteit van wedstrijden tegenwoordig niet meer mogelijk is, tenzij je tot de elite behoort. Meestal weet je niet eens wie je rivalen zijn, of je kent ze hooguit van gezicht. Anonimiteit in de massa maakt je tot slaaf van je hardloopprestaties uit het verleden, die je probeert te verbeteren in het heden. Ik weet het niet. Het is lang niet zo opwindend dan iemand die je kent te feliciteren met diens tweede plaats, terwijl jezelf de ereplaats op het schavot mag beklimmen.

Is het nog mogelijk om iets terug te krijgen van vroeger, of moeten we berusten in het feit dat vooruitgang niet altijd verbetering is?

Blijf lopen en voel je vrij!


  1. Dorst is niet het juiste woord, maar aangezien er voor voedsel wel onderscheid bestaat tussen honger en trek, maar voor vocht niet, gebruikte ik hier de term “trek in water”.

Negentig minuten op tempo lopen

In mijn doel om voor 21 juni in staat te zijn om 20 km in anderhalf uur te kunnen lopen en enigszins geïnspireerd door de heen-en-weer loop van gisteren, ging ik van start op een duurloop van 90 minuten in een vast tempo.

Het beoogde doel was bescheiden, 5:46 min/km, maar dat bleek al snel veel te langzaam te zijn om vlot door te lopen. Met vlot bedoel ik nog net geen wedstrijd tempo. Het tempo waar ik uiteindelijk (gemiddeld) op uit kwam was 5:33 min/km. Dit was een stuk sneller dan vorige week (5:39 min/km). Een groot verschil was dat ik deze keer water mee bracht, in een watergordel.

Oorspronkelijk was ik van plan om 45 minuten heen te lopen en dan 45 minuten terug in omgekeerde richting. Echter, ik vond dat te veel lijken op wat ik gisteren deed. Ik besloot om er een grote ronde van te maken en maar zien waar ik in 90 minuten uit kwam.

De route begon bij het viaduct over de A58 op de Holleweg in Bergen op Zoom en na een passering van het kerkhof, ging de route verder langs de ventweg aan de zuidkant van de A58, richting Roosendaal. Afgeslagen werd bij de Wouwse Tol Zuid, langs de beek de Zoom stroomopwaarts lopen tot aan het dorp Wouwsche Plantage, dan rechtsaf langs de Wouwbaan richting het café Trapke Op (halverwege tussen de Wouwsche Plantage en Huijbergen). Een eindje verderop richting Huijbergen is een kruising, waar je richting Bergen op Zoom kunt gaan over de Moerkantsebaan, die overgaat in de Huijbergsebaan op het grondgebied van de gemeente Bergen op Zoom. Bij het viaduct over de A58 richting Vlissingen en Antwerpen was de 90 minuten op. Het laatste stukje over de Huijbergsebaan was hetzelfde als de heen-en-weer loop van gisteren met Spado.

Het viel me op dat bij het 12 km punt de benen moe begonnen te worden. Niet dat ik echt veel langzamer ging lopen, maar van een gemakkelijk aanvoelend tempo was geen sprake meer. Ik was toen ruim een uur onderweg. Ik had wel telkens kleine slokjes water genomen, maar wellicht niet genoeg om me goed gehydrateerd te houden.

Ook was het lastig om een gevallen flesje telkens te moeten oppakken, omdat het ongevuld met water uit de gordel schudde. Dat haalt je danig uit je concentratie. Ik loste het op door het flesje voorin in de gordel te doen, alhoewel het dan wèl op mijn buik drukte. Bij warm weer kan dat een probleem worden, omdat het gaat schuren onder het lopen. Ik moet erbij vertellen dat de gordel al oud en enigszins versleten is.

De route die ik liep was op bekend terrein. Ik heb hier al vaak gelopen, zowel alleen als met de marathongroep van Spado.

Hieronder vind je de gelopen tempo’s per km en per 5 km. Ik heb geen hartslagwaardes, want mijn hartslagband schijnt kapot te zijn (onbetrouwbare waarden). Zoals gezegd, het was goed te doen tot 12 km; daarna was het zwaarder lopen. Was het een wedstrijd geweest, dan had ik waarschijnlijk het tempo moeten laten zakken.

5:29 | 5:28 | 5:29 | 5:35 | 5:29 - (27:30 / 5 km)
5:29 | 5:43 | 5:35 | 5:31 | 5:39 - (27:58 / 5 km)
5:20 | 5:43 | 5:32 | 5:41 | 5:34 - (27:50 / 5 km)
5:33 | 5:33

16,23 km in 1u:30m:03s (5:33 min/km)

Ik hoop dat naarmate ik verder afval (vandaag een kilo minder dan een week geleden) dat ik dichter in de buurt van mijn uiteindelijke doel zal komen.

Bedankt voor het lezen en loop ze!

Een uur lopen

Gisteravond was er een open training/prestatieloop/uitdaging van Spado (waarvan ik lid ben). Na een warming-up werd er op de weg heen en weer gelopen. De bedoeling was om een half uur heen te lopen in een vast tempo en na een korte pauze (2 minuten) in hetzelfde tempo terug te lopen, ook in een half uur. Naderhand zou er een lezing zijn in het clubhuis in het kader van de marathonvoorbereiding voor Rotterdam, waar op zondag 14 april een marathon gelopen zal worden.

De normale clubtraining op dinsdag was komen te vervallen en vervangen door dit evenement. Er werd met hazen gelopen in tempo’s tussen 3:30 (één loper) en 7:00 min/km. Ik koos voor 6:00 min/km, omdat ik nog een 10 km wedstrijd in de benen had, anders had ik de 5:30 min/km groep gekozen.

De warming-up vooraf liep ik mee met een aantal van de snellere mensen van mijn loopgroep. Na 2 km “inlopen” op 5:15 min/km, pauzeerde ik even, om aan te sluiten bij een groep die 6:30 min/km liep. Hierna liepen we rustig naar de start, om een aantal oefeningen te doen en voor instructie over de afspraken voor de loop heen en weer.

warming-up

km 1
5m:16s
km 2
5m:15s
km 3
6m:36s
km 4
6m:28s
totaal
4,31 km in 26m:08s (6:04 min/km)

De loop ging redelijk constant. Het tempo lag iets te hoog, zowel heen en terug. Het is moeilijk om vlak te lopen als er verval zit in het parcours. Wat tegenviel was de twee minuten wandelpauze. Het was namelijk maar een paar graden boven het vriespunt en er stond een stevige bries, waardoor je flink kon afkoelen. De weg terug ging hetzelfde, maar voelde zwaarder aan, vanwege de te lange pauze en het afkoelen van de spieren.

heen-en-weer loop

km 1
5:51
km 2
5:54
km 3
5:50
km 4
5:53
km 5
5:57
110 m
0:37
pauze (1' heen, 1' terug wandelen)
160 m in 1m:58s (12:39 min/km)
km 5
5:53
km 4
5:55
km 3
5:55
km 2
5:55
km 1
5:52
110 m
0:38
totaal
10,38 km in 1u:02m:05s (5:59 min/km)

Eenmaal terug op de atletiekbaan voelde ik dat ik dorst had en dat ik veel gedaan had. Ik had voor het vertrek naar de start eigenlijk nog even wat moeten drinken (een paar slokken water).

Voor een paar mensen was het te zwaar geweest en die zaten er helemaal door, maar de meesten waren zo slim geweest om een tempo te kiezen dat ruim boven hun 10 km tempo lag, incluis mijzelf.

Bedankt voor het lezen. Ga je vandaag nog op pad om hard te lopen, dan zou ik willen zeggen: “loop ze!”

Kidney Run Roosendaal 2013

Korte versie: tijd verbeterd, maar niet zoveel als gehoopt vooraf.

Lange versie.

Als je kijkt naar de tijden die ik geklokt heb, dan kun je zien dat ik redelijk constant gelopen heb. Echter, de twee rondjes gingen over landelijke weggetjes, klinkers, straffe wind. De koude wind striemde op mijn benen. Dat ik desondanks het tempo kon vasthouden getuigt ervan dat ik op de goede weg ben.

4:57 | 4:58 | 5:00 | 5:05 | 4:55 4:53 | 5:05 | 5:16 | 5:17 | 4:47

1e 5 km in 24:55 2e 5 km in 25:17

Natuurlijk is de snelheid er nog niet. Mijn zelf geklokte nettotijd over 10 km was 50m:16s (5:01 min/km). Desondanks ben ik redelijk tevreden, gezien de omstandigheden.

De 49 minuten is bij lange na niet gehaald. Dat betekent een uitdaging voor aanstaande zondag in Halsteren.

Bedankt voor het lezen en loop ze!

Nog maar een nachtje slapen

Morgen, Tweede Paasdag, is het zover, mijn eerste echte wedstrijd over 10 km van 2013. Ja, de Kievitloop was ook 10 km, maar dat is dus geen wedstrijd, maar een trimloop. Niet dat er zoveel verschil is, want op de Kievitloop was ook muziek en zo, plus een kleine 200 lopers.

Gisteren en vandaag heb ik toch maar getraind. Oorspronkelijk zou ik vandaag een rustdag houden, maar rust roest, zogezegd, dus dat deed ik dus maar niet. De wedstrijd wordt onderdeel van mijn training, niet apart van mijn training. Dit houdt de spanning een beetje beheersbaar voor mij. Massale evenementen zijn niet echt mijn ding. En voor mij is alles wat meer dan 10 mensen betreft massaal.

Zaterdag liep ik een half uur met de marathongroep voor Rotterdam mee. De “trainer” (het is geen officiële training en iedereen mag meedoen, lid of geen lid van Spado) heeft nog wat last van zijn hart en kon in het begin geen tempo maken (6:45 min/km). Na ruim 28 minuten liep ik met een kleine omweg dezelfde route terug in omgekeerde richting in een flink hoger tempo (5:38 min/km), in een poging om boven de 10 km in het uur uit te komen. Helaas lukte dat net niet.

  • 30-03
    • 9,82 km in 1u:00m:03s (6:07 min/km)

De hartslagmeting is onbetrouwbaar. Ik krijg rare waarden als ik terug kijkt naar mijn gegevens achteraf. Ik had vandaag de hartslagmeter opnieuw gekoppeld met het sporthorloge, maar het maakte niks uit. Ik denk dat de band stuk is. Om kosten te sparen, zal ik voorlopig zonder hartslagband lopen. Ik doe er voorlopig toch niks mee onder het lopen.

Verder kwam ik er achter dat het momentane tempo ook niet zo betrouwbaar is in de bossen. Bij een constant tempo in een rechte lijn kan die zo variëren tussen de 5:05 en 6:35 min/km. Op de weg, met zicht op de lucht, gaat het stukken beter. Ik stel daarom een auto-ronde per km in, plus het tempo per ronde, in plaats van het momentane tempo.

De verstreken tijd is precies dat, de tijd die verstreken is, of je nu de registratie pauzeert of niet. Die vervangen we dus door de tijd in veld 4 (gecombineerd met een weergave van de afstand).

Verder wil ik morgen uittesten of ik onder het lopen van de Kidney Run aan alle vier de velden kan laten aanstaan, met in veld 1 de tijd van de dag, veld 2 de rondetijd, veld 3 het rondetempo en veld 4 een combinatie van afstand en tijd.

Rest me nog de beschrijving van de training die ik vandaag heb gedaan, een rondje van 10 km door het bos met de loopgroep van Spado. Ik liep een stuk in voordat ik bij het startpunt arriveerde, omdat ik vreesde dat de loper met hartproblemen het tempo zou bepalen en ik veel te langzaam zou lopen. Hij was er niet vandaag. We waren met zijn vieren.

Ondanks dat we een “gewoon” tempo (6:00 min/km) konden lopen, liep ik toch stukjes apart (en extra), omdat ik de bui al zag hangen toen we na 1 km gingen wandelen na een pittig starttempo (5:45 min/km). Dit zou lanterfanten worden. Een van de lopers had namelijk gisteren wel de volle 1,5 uur met de marathongroep meegetraind, voelde zich wat moe, maar wil morgen wel een goede tijd in Roosendaal neerzetten. Er werd onderweg veel gewandeld. De langzaamste lopers waren in 65 minuten pas weer terug, met een afstand van 10 km als er niet afgesneden is (heb niet gecontroleerd; ik vertrouw op een ieders zelfdiscipline).

Na een korte pauze ben ik vergeten om mijn horloge uit te zetten. Dit betekent dat het stukje stilstaan bij het uitblazen en het teruglopen naar huis is opgenomen. Ach ja, het telt ook mee, niet waar?

  • 31-03
    • 15,85 km in 1u:44m:51s (6:37 min/km)
      … vooraf: 3,84 km in 22m:20s (5:49 min/km)
      … kern: 10,47 km in 1u:03m:04s (6:02 min/km)
      … naderhand: 1,54 km in 19m:28s (12:36 min/km)

In feite heb ik precies het omgekeerde gedaan als de andere loper die morgen ook in Roosendaal gaat lopen. Hij liep ruim 1,5 uur op zaterdag en een uur op zondag; ik andersom. Eens kijken of het verschil maakt. Vast niet.

Mocht hij dit lezen voor de start morgenochtend om 11 uur, mijn plan is om weg te gaan op 49 minuten op de 10 km, oftewel met een aanvangstempo van net onder de 5 min/km. We zien wel hoe de benen het accepteren.

Voor wat het waard is, het ziet ernaar uit dat ik 3 kg lichter ben dan op de Kievitloop (10 km in 51m:12s). Uitgaande van 45 s per kg, zou een tijd van 49 minuten inderdaad tot de mogelijkheden behoren. Houd deze plek in de gaten voor hoe die voorspelling uitkwam.

Bedankt voor het lezen en loop ze!

Verdiende rust

Trainen van zaterdag tot en met donderdag ben ik niet meer gewend. Het is een poos geleden (najaar 2011). Opnieuw zoiets doen vraagt wat aanpassing en is vermoeiend voor het lichaam. Ik ga daarom vroeg naar bed om toch nog genoeg slaap te krijgen.

Vandaag is overigens een rustdag. Dat betekent dat ik niet ga hardlopen. Ik ga wel een eind wandelen om in de buitenlucht te zijn. Dagelijkse fysieke inspanning blijft belangrijk om een verandering van leefstijl te laten ontstaan, die hopelijk een gewoonte gaat worden.

Nu zijn er hardlopers die lacherig doen over wandelen als nevenactiviteit, alsof het minderwaardig of zelfs slecht is. Feit is dat als je gewicht wilt verliezen, zoals ik, een activiteit op laag niveau, maar langer volgehouden, het lichaam minder zwaar belast. Gewicht verliezen is namelijk een belasting; het lichaam zou veel liever dat gewicht behouden. Daarom is afvallen zo moeilijk; je moet er moeite voor doen. Het lijkt mij de voornaamste reden waarom afvallen en zware training niet samen gaan. Je lichaam kan niet beide aan.

Het is hierom dat ik niet op snelheid train op dit moment. De nadruk ligt meer op (bescheiden) omvang. De snelheid zal komen door gewichtsverlies, niet omdat ik er specifiek op train, want dat ga ik dus voorlopig niet doen.

Dat geschreven hebbende en denkende over wat ik gisteren schreef, ik heb nagedacht over een doel om naar toe te werken. Het is nog abstract, in de zin dat ik geen evenement op het oog heb. Ik wil voor de zomer (21 juni) in staat zijn om 20 km in anderhalf uur te lopen. Afgelopen woensdag was dat al 15,5 km in 88 minuten in een duurloop. Nu was dat de eerste keer sinds een tijd dat ik zo’n lange afstand heb hardgelopen en het duurvermogen was nog een beetje zwak. Zodra ik langere afstanden kan lopen, zal de afstand voor een 90 minuten loop ongetwijfeld langer worden.

Rest me nog de training van gisteravond, donderdag 28 maart 2013. Ondanks het gemopper over “alweer sneeuw” ging het best goed. Het waren 500 m intervallen in 3 series, 4, 3 en 3 stuks, respectievelijk, in elke serie 3 s sneller lopen dan de serie ervoor. Ik wist dat de uitvoering belangrijk was voor ons groepje (langzamer dan 48 minuten op de 10 km) en had daarom het schema met tijden erbij gepakt.

Groep 7, 48 - 50 minuten 1000 m - 4:55 (29 1/2 s per 100 m) 800 m - 3:55 (29 3/8 s per 100 m) 600 m - 2:55 (29 1/6 s per 100 m) 400 m - 1:54 (28 1/2 s per 100 m) 300 m - 83 (27 2/3 s per 100 m) 200 m - 50 (25 s per 100 m)

De 500 m staat er niet bij, maar als we de tijd per 100 m middelen, komen we uit op 28 5/6 s per 100 m, oftewel 2:24 min per 500 m. Dat is ons snelste tempo. Het is maar goed dat ik niet de voorgestelde tijd van de hulptrainer nam, want die zou starten met 2:20 in de eerste serie. De 2:30 die ik voorstelde was net te doen voor de meesten. Sommigen konden met het koude weer 2:27 niet halen en bij 2:24 haakten 3 van de 6 mensen af, omdat ze het niet aan konden. Gelukkig kon ik het wel volhouden.

Serie 1 - 2:32, 2:32, 2:29, 2:29 Serie 2 - 2:29, 2:29, 2:26 Serie 3 - 2:23, 2:24, 2:17

Let erop dat ik het knopje indrukte nadat we gestart waren en nadat we over de 500 m lijn waren. Dit gaf een kleine vertraging, omdat ik mijn hand naar mijn pols moest brengen en het “lap” knopje indrukken op mijn 310XT. Dat kan een volle seconde langzamer zijn dan de werkelijke tijd. Zelfgeklokte tijden zijn altijd bij benadering. Ik hield wel een half oog op de tussentijden, zodat we de intervallen redelijk vlak liepen. Uitvoering is belangrijk. Ook maande ik de lopers aan om te dribbelen bij de 100 m herstel en de 300 m seriepauze. Nogmaals, uitvoering.

Blijkbaar is het belangrijk om de training goed voor te bereiden, omdat de trainer niet altijd het juiste tempo voor een subgroep heeft opgeschreven. In dit geval denk ik zelfs dat de trainer voor de eerste serie uitging van een tijd in het bovenvermelde schema en dan 6 s sneller lopen in de laatste serie. Dat is als vragen aan iemand die 10 km in 50 minuten kan lopen om een tempo aan te leggen van 4:54 min/km voor een 10 km wedstrijd. Dat zal deze niet zomaar vol kunnen houden. Een training moet nooit een wedstrijd worden, waar je boven jezelf uitstijgt.

Ik krijg het idee dat bij het opstellen van het schema de trainer in het achterhoofd had dat langzame lopers aangespoord moeten worden om sneller te worden in de training, opdat ze sneller worden in de wedstrijd. Verder denk ik dat de trainer ook mensen die geen marathon lopen wil aansporen om die richting op te gaan, door voornamelijk lange intervallen aan te bieden in deze tijd van het jaar (richting de Rotterdam marathon).

Ik weet dat een aantal lopers in mijn groep beduidend ouder zijn dan 55 jaar en al moeite hebben om de tijden van het jaar ervoor in hun wedstrijden te halen. Aansporen om sneller te worden is dan een beetje nonsens. Iets dergelijks geldt voor marathons. Die tijd hebben sommigen (naar hun zeggen) wel gehad. De ideeën van de trainer en de wensen van de lopers stemmen in ons groepje niet overeen. Dit betekent dat sommigen niet lopen volgens het trainingsschema en daardoor niet op de juiste manier trainen. Het grote probleem is dat dit niet geldt voor alle lopers (ik en nog iemand anders) en dat één loper bewust traint in een langzamere groep, omdat hij blijkbaar niet zo hard wil trainen als hij zou kunnen (hij heeft een hekel aan “lange afstanden”, zoals een tien kilometer). Motivatie is lastig voor sommigen.

Ik denk dat het concept van loopgroepen moeilijk is in te vullen. Per ambitieniveau zijn er verschillende trainingsvormen nodig, die moeilijk met elkaar te combineren zijn. De groep uitsplitsen zou beter zijn, ware het niet dat er een tekort aan trainers is.

Enfin, daar zijn wat van mijn gedachten over mijn huidige training. Ik denk dat het goed is om erover na te denken. Ik klap trouwens niet uit de school of zo. Dit zijn bekende ideeën die ik regelmatig uit aan de trainer en hulptrainer (en wie het nog wil horen en het ondertussen niet beu is).

Bedankt voor het lezen en veel plezier als je gaat lopen.

Discipline

Ik stond laatst bij het inpakken van mijn tas bij de supermarkt, terwijl een man bij een kassa zijn verhaal stond te doen. Hij zeurde behoorlijk door en je zag de caissière met haar ogen rollen. Een zeurpiet die met het verkeerde been uit bed is gestapt kan je dag danig verpesten.

Wat heeft dit met discipline te maken? Wel, negatieve gedachten is wat ons kan laten afwijken van het “rechte pad” (de dingen waarvan we weten dat we ze moeten doen, omdat het de juiste dingen zijn om te doen). En negatieve gedachten (ook die uitgesproken door anderen) zijn besmettelijk, omdat het makkelijker is om ergens over te klagen dan om er zelf wat aan te doen. Het appelleert aan je gevoel van gemakzucht of je probeert angst te verdrijven door het “weg te praten”, zonder moeite te doen het te begrijpen (als je dat al zou kunnen). Klagen doet klagen.

Je leven laten leiden door gevoelens (positief of negatief) is een leeg bestaan. Je bereikt geen grote dingen, omdat die vaak enige inspanning en ongemak vereisen voordat je resultaat ziet. Voor een hardloper is zo’n houding desastreus.

Immers, zelfs al ben je een trimmer, je moet nog steeds regelmatig de deur uitgaan om in conditie te blijven, ook al is het weer er niet naar. Je kunt maar zoveel bereiken in de sportschool als het slechte weer aanhoudt. Voor wedstrijdlopers is die noodzaak om regelmaat te hebben nog belangrijker en succesvolle hardlopers moeten niet alleen regelmaat hebben, maar ook nog eens specifieke trainingsprikkels krijgen om optimaal voorbereid te zijn.

Verder zijn er geen manieren om de boel kort te sluiten. Je moet je lichaam laten wennen aan de inspanning van wedstrijden voordat je wedstrijden loopt. Ja, je kunt een marathon lopen in het jaar dat je begint met hardlopen, maar het zal geen aangename ervaring zijn en je zult weinig leren van die ervaring, omdat je alle stappen hebt overgeslagen die noodzakelijk zijn om goed te beseffen waarmee je bezig bent. Het voegt weinig toe aan je leven, anders dan dat het iets is wat je kunt afstrepen van het lijstje van dingen die je ooit gedaan moet hebben in je leven.

Ik denk dat regelmaat belangrijker is dan wat dan ook om discipline aan te kweken. Helaas houdt dat in dat je keuzes moet maken. Je doet bepaalde dingen niet, zodat je andere dingen wel kunt doen. Wat je wèl doet kan beter vruchten afwerpen (lees: een meetbaar resultaat hebben), anders wordt het wel erg “theoretisch”. Je moet met jezelf afspraken maken welke resultaten je wilt zien en wanneer; je moet jezelf concrete, meetbare doelen stellen. Daarbovenop moet je ook nog eens een actieplan hebben met onderdelen die je kunt uitvoeren, een trainingsschema in het geval van hardlopen.

Daarom ben ik er persoonlijk geen voorstander van om slechts een handjevol wedstrijden op je jaarlijkse wedstrijdkalender te zetten. Wellicht is dat genoeg voor sommigen, maar ik heb regelmatig bevestiging nodig dat ik op de goede weg zit. Ik twijfel constant aan wat ik kan en vraag me af of het ook anders kan. Het is de vloek van een creatieve geest.

Dat laatste (of het anders kan) is gevaarlijk, omdat je meer kunt bezig zijn met dingen aan te passen dan ze feitelijk te doen. Om twijfels uit te sluiten loop ik relatief veel wedstrijden in een jaar. Het houdt me met iets concreets bezig. Ik kan dan berusten in een trainingsschema dat wellicht beter zou kunnen, maar voorlopig goed genoeg is voor de volgende wedstrijd. Zou er meer tijd zitten tussen wedstrijden, dan zou ik weer gaan sleutelen aan mijn schema, om het beter te maken voor mijn situatie.

Hier is iets wat ik schreef op het Chat’n’Run forum over discipline en wat me besloot om dit stukje te schrijven.

Ik wordt sowieso niet blij van lange duurlopen op mezelf. Maar zelfs in een groep varieer ik tempo, of dat nu in training is of niet. Ik weet dat het niet goed is, maar vier uur (eerder het besef dat het vier uur gaat duren) is gewoon te lang voor mij om in een constant tempo te lopen.

Dat is een van de belangrijkste redenen waarom ik geen marathons loop; ik loop mezelf helemaal kapot om de verveling tegen te gaan. Daar ben ik in 2009 wel achter gekomen. De wedstrijduitslag zal me worst wezen. Daar haal ik absoluut geen plezier uit, noch appelleert het aan mijn gevoel van trots. Het gaat me puur om de beleving tijdens het lopen.

Ik heb geen idee hoe je daar nu op kunt trainen. Discipline is bij mij ver te zoeken. De man met de hamer slaat mij met plezier tegen de vlakte en ik sta naast hem om een extra klap uit te delen, met dubbel plezier, aan mezelf.

Dat is natuurlijk pure forum-taal, stevige woorden om een reactie op te wekken bij mensen die dit lezen en ingelogd zijn. Toch geeft het weer waar mijn onzekerheid ligt. Het feit dat je niet echt kunt trainen voor een marathon, anders dan een marathon te lopen en kijken waar je zwakheden liggen, dat feit is iets wat me bang maakt. En terecht. De man met de hamer is wat vaak voorkomt, ook al was je voorbereiding optimaal. Ik weet uit ervaring dat een klap krijgen en met kramp over de Coolsingel wandelen geen pretje is.

Hoe kun je nog serieus trainen voor een marathon als je weet dat zoiets kan gebeuren en al je training voor niets was? In diezelfde tijd had je kortere afstanden kunnen lopen en veel meer plezier kunnen hebben, zonder alles in dienst van een marathon te moeten stellen, om vooral niet geblesseerd aan de start te verschijnen.

Ik heb er nog geen antwoord op. Misschien moet ik gewoon nog even doorgaan met kortere afstanden lopen en praten met marathonlopers om dat antwoord te vinden.

Bedankt voor het lezen en loop ze!